1. Wie mag er in Nederland niet opgraven? a. Het Rijk b. Gemeenten met een stadsarcheoloog c. Universiteiten met een vergunning d. Particulieren
2. Laag A ligt op laag B. Welke bewering is juist? a. Laag A is ouder dan B en dus eerder gevormd. b. Laag A is jonger dan B en dus eerder gevormd. c. Laag A is jonger dan B en dus later gevormd. d. Laag B is ouder dan A en dus later gevormd.
3. Waarom blijven organische resten (hout, leer, bot) in het westen van het land goed in de grond bewaard? a. in het westen zijn de organische resten jonger dan in de rest van het land b. in de rest van het land is het kouder dan in het westen c. in het westen van Nederland heersen nattere omstandigheden waardoor de organische resten van zuurstof afgesloten worden d. in het westen liggen de organische resten veel dieper in de grond dan in de rest van het land
4. Wat kun je niet terugvinden van een Romeins legerkamp in Oost-Nederland a. kleding b. fundamenten c. servies d. wapens
5. Welke andere wetenschap kan de archeologie niet helpen? a. geschiedenis b. architectuur c. antropologie d. bedrijfskunde
6. Welke van de volgende voorwerpen heeft een archeoloog niet per se nodig? a. een schep en een troffel b. een prik tegen ziekten c. een videocamera d. tekenpapier en potloden
7. Wat behoort niet tot het onderzoeksterrein van de archeologie? a. overblijfselen van na de 18e eeuw b. onderzoek naar de voorlopers van de moderne mens c. moderne experimenten met oudheidkundige voorwerpen d. opgravingen naar resten van dinosaurussen
8. Op een opgraving is een kuil gevonden. Men weet zeker dat deze kuil in één keer is dichtgegooid. In deze kuil heeft men: aardewerk gevonden die wordt gedateerd tussen 1400 en 1450, scherven van Siegburg-aardewerk. Dit type aardewerk wordt in de 15e eeuw gedateerd en er is ook nog een munt gevonden van Willem V, die regeerde van 1354 tot 1389. Wat kun je zeggen over het tijdstip dat de kuil is dichtgegooid? a. de kuil is dichtgegooid in de 13e eeuw. Dat is de datering van de oudste vondsten b. de kuil is dichtgegooid in de 15e eeuw. Dat is de datering van de jongste vondsten c. de kuil is dichtgegooid tussen 1354 en 1389. Dat is de tijd waarin de munt is geslagen d. de kuil is dichtgegooid in de 14e eeuw. Dat is het gemiddelde van alle vondsten
9. Waar bevond zich in de Romeinse tijd een grafveld? a. in het centrum van de stad b. de as werd uitgestrooid in het bos c. langs de wegen buiten de stad d. dichtbij de tempels
10. Welke huidige plaats in Nederland werd in de Romeinse tijd Noviomagus genoemd? a. Maastricht b. Nieuwegein c. Nijmegen d. Utrecht